Actuele berichten

Hersenontwikkeling bij jongeren met antisociaal gedrag: waar moeten we rekening mee houden?

12 april 2018 Jiska Peper , ,

Antisociaal gedrag

Binnen het thema Veiligheid, zal een van de deelprojecten zich gaan bezighouden met het bestuderen van de hersenontwikkeling in jongeren die problematisch antisociaal gedrag vertonen.
Opstandig gedrag komt –zeker bij tieners- regelmatig voor. Meestal is er dan sprake van een directe aanleiding, zoals ouders die de tiener sommeren om uiterlijk 23:00 uur thuis te zijn (terwijl ‘al zijn/haar vrienden wel tot midden in de nacht uit mogen gaan!’’). Deze aanleiding vormt weliswaar geen excuus voor het gedrag, maar maakt het gedrag wel begrijpelijk. Echter, er kan zich ook een patroon vormen van opstandig, ongehoorzaam en vijandig gedrag tegenover autoriteitsfiguren zoals docenten, ouders of een leidinggevende. En als daarbij belangrijke sociale normen of regels worden overtreden en derden worden geschaad, zoals in geval van stelen, vechten of seksueel grensoverschrijdend gedrag, is er sprake van antisociaal gedrag.

Hersenprocessen

De onderzoekers zullen proberen om in kaart te brengen welke hersenprocessen ten grondslag liggen aan (ernstig) antisociaal gedrag en hoe deze processen zich over de tijd ontwikkelen. Door meer inzicht te krijgen in de hersenmechanismes bij antisociaal gedrag, hopen de onderzoekers dit gedrag eerder te kunnen voorspellen en ook vroegtijdig hulp te kunnen bieden. Zo verwachten de onderzoekers dat er in de toekomst betere behandelingen op maat kunnen worden aangeboden. Wellicht zijn er verschillende subtypen binnen dit gedrag te onderscheiden die gebaseerd zijn op verschillen in de hersenen, of die gebaseerd zijn op een verschillend ontwikkelingstempo van de hersenen. En, niet onbelangrijk, het is de bedoeling dat betere kennis over het functioneren van hun hersenen ook bij de jongeren zelf tot een beter inzicht leidt en dat zij op die manier beter met hun gedrag leren omgaan.

Ethische aandachtspunten

Onderzoek naar (neuro) biologische factoren bij crimineel of antisociaal gedrag ligt gevoelig en heeft in het verleden vaak geleid tot heftige discussies. Eind jaren zeventig van de 20e eeuw leefde een sterk sentiment dat crimineel en antisociaal gedrag door de omgeving werd veroorzaakt. De hoogleraar criminologie Wouter Buikhuisen –die als een van de eersten biomedisch onderzoek wilde doen bij delinquenten- kreeg een storm van kritiek over zich heen. Men vreesde onder andere dat mogelijke hersenafwijkingen in delinquenten hen zouden vrijpleiten van enige verantwoordelijkheid voor hun daden en dat sociale aspecten van armoede en sociale uitsluiting niet langer serieus zouden worden genomen.
Hoewel er tegenwoordig veel onderzoek gedaan wordt naar neurobiologische grondslagen van het ontstaan en het beloop van antisociaal gedrag, zijn bepaalde ethische vraagstukken nog steeds actueel. Deze aspecten zullen binnen het NeurolabNL-thema ‘Veiligheid’ in een sub-project worden onderzocht. Een vooruitblik daarop staat beschreven in een recente publicatie in het tijdschrift ‘Podium voor Bio-ethiek’ door Dorothee Horstkötter en collega’s.

Maatschappij versus individu

De auteurs beschrijven drie vraagstukken. Het eerste vraagstuk is de afweging die moet worden gemaakt tussen het welzijn van de jongere versus de veiligheid binnen de maatschappij. Het lijkt een win-win situatie te zijn, dat wanneer er preventie maatregelen (gericht op het vooraf voorkomen) of behandelingen worden ontwikkeld om antisociaal gedrag bij jongeren te verminderen, dit zowel voor de jongere voordelen heeft, als leidt tot een veiligere samenleving. Echter, een risico is dat voorbij wordt gegaan aan het feit dat deze maatregelen een zwaar stempel kunnen drukken op de jongere en zijn/haar familie: indien iemand op basis van hersenkennis wordt gekenmerkt als ‘risicojongere’, zou dit tot discriminatie en/of sociale buitensluiting kunnen leiden. Daarnaast is het zo dat bij medische behandelingen het belang van het kind altijd voorop moet staan. Maar, in hoeverre is dat binnen dit onderzoek ook zo? Weegt het maatschappelijke belang niet zwaarder?

Werkzame interventies?

Het tweede vraagstuk betreft het opsporen van hersenafwijkingen bij jongeren met ernstig antisociaal gedrag terwijl er nu (nog) geen werkzame behandelingen bestaan. Zoals gezegd is een doel van het hersenonderzoek om verschillende ‘subtypes’ binnen antisociaal gedrag te kunnen onderscheiden –die mogelijk in aanmerking komen voor een verschillende behandeling. Nu is het zo dat hersenonderzoek vaak gebaseerd is op groepen. Het kan dus voorkomen dat een bepaalde jongere een ander patroon aan hersenafwijkingen laat zien dan het gemiddelde binnen een groep. Hoe een individuele behandeling moet worden afgestemd op basis van een groepsgemiddelde kan daarom niet direct worden opgelost. En wat moet er gedaan worden in het geval iemand geclassificeerd wordt als ‘lastig te behandelen’, terwijl er momenteel geen geschikte behandelopties zijn? Wederom liggen stigmatisering en buitensluiting op de loer indien iemand als ‘onbehandelbaar’ wordt afgeschreven.

Self fulfilling prophecy

De derde kwestie die de auteurs aansnijden gaat om het effect dat verhoogde kennis en bewustwording van hersenafwijkingen heeft op de betrokken kinderen en gezinnen. Deze verhoogde kennis kan zowel positieve als negatieve effecten hebben. Een voorbeeld van negatieve effecten is het zogenaamd zelfversterkend vermogen (‘self fulfilling prophecy’): indien een afwijking in de hersenen kan worden aangewezen bij het kind of jongere, zullen zij hun antisociale gedrag misschien juist versterken. Een positieve uitwerking van verhoogde (hersen)kennis zou kunnen zijn dat kinderen en jongeren ‘erkenning’ krijgen door de aanwijsbare afwijking. Zij kunnen zich hierdoor juist actief gaan inzetten om mee te werken aan een behandeling.

Conclusie

Al met al zijn bovenstaande ethische vraagstukken belangrijke elementen die verbonden zijn aan neurobiologisch onderzoek bij antisociale jongeren. Het is een goede zaak dat hier aandacht aan wordt besteed, zodat de belangen voor verschillende partijen zorgvuldig kunnen worden afgewogen en dat de praktijk positief kan worden bijgestuurd.

blog index